Zoeken

Willekeurige foto

Egypt Ring

Deze website maakt deel uit van Egypt Ring.
This website is part of Egypt Ring.
Egypt Ring
 
 
Egyptereis zomer 2012 westelijke woestijn
Dag 14, 22-6-2012: Thuisreis PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bjorn Koopmans   
zaterdag, 23 juni 2012 11:26

Ik ben dan wel redelijk op tijd gaan slapen, maar als ik om 5u45 wakker moet worden, ben ik niet blij. Laat staan als mijn lichaam besluit dat 5u15 al goed genoeg is. Om 6u30 staan we beide bepakt en bezakt in de lobby. Gelukkig leerden we gisteravond dat de ontbijtzaal al om 6u00 is geopend, dus werken we wat bakken thee en een paar kleine broodjes naar binnen, onder grote belangstelling van een ober die op de Gay Parade niet zou misstaan.

Om 7u00 worden we met behulp van een overijverige bel boy een auto van het hotel in gewerkt en rijden weg richting het vliegveld. De prijs voor deze rit is met 120 pond erg redelijk. Er zijn op deze vroege vrijdagochtend (een vrije dag) geen files en na 45 minuten rijden zijn we er al. Vlak voor terminal 3 staat wel een lange file, dus stappen we vast uit en lopen het laatste stukje. Het is ongelooflijk druk hier. Zelden heb ik het vliegveld zo vol gezien. Laagseizoen? Jaja.

Er staan dus overal lange rijen en het is een traditionele chaos op het vliegveld, maar we komen overal goed door. Sandra koopt wat drankjes voor thuis en samen eten we een kleine snack. Volgens de winkelbediende waar Sandra haar drankjes koopt is het alleen toegestaan om water mee te nemen in het vliegtuig, maar ervaring heeft geleerd dat in de praktijk alles wordt toegelaten, zolang het niet te gek wordt. En dat blijkt ook nu weer.

Het vliegtuig vertrekt op tijd en de vlucht verloopt soepel. Ook nu is de kip niet goed gaar, maar ziet er minder gevaarlijk uit dan op de heenweg. Iets voor tijd landen we al op Schiphol, waar ook het taxiën korter duurt dan normaal.

Voor ik het weet nemen we afscheid en is de reis al weer ten einde. Het was weer reis met vele hoogtepunten en bijzondere gebeurtenissen. Maar één van de grootste plezieren aan reizen... is het thuiskomen. :-)

Laatst aangepast op maandag, 09 juli 2012 20:55
 
Dag 13, 21-6-2012: De Boodschap van de Sfinx PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bjorn Koopmans   
zaterdag, 23 juni 2012 11:23

Misschien komt het omdat ik gisteravond vroeg naar bed ben gegaan, maar vanmorgen word ik maar liefst 2 uur voor mijn digitale haan wakker. Ruim een half uur te vroeg zit ik dus in de lobby te internetten tot Sandra ook beneden komt voor het ontbijt. Dat is in een andere zaal dan vorig jaar, en er zijn zowaar broodjes te krijgen! Toch eet ik niet veel want mijn darmen hebben mij vanmorgen weer flink bestraft voor mijn fastfooduitspatting gisteravond.

Het zal 9u25 geweest zijn als we gezamenlijk het hotel uitlopen, Faysal Street in. U moet weten dat Faysal Street een grote, drukke, maar vooral vele kilometers lange straat is. Onze missie in deze hectiek? Gewoon rondkijken naar het leven van alledag in dit deel van Caïro, en wat winkelen. Dat laatste blijkt aanvankelijk lastig, want de meeste winkels zijn vreemd genoeg nog dicht. Gelukkig is tegen het einde van de ochtend alles wel open. In een winkel van een zeer bekend sportmerk worden Europese prijzen gehanteerd. Om de 30 meter zit een Pharmacy.

Ergens duiken we een zijstraat in en komen meteen in een andere wereld terecht. Hier worden veel alledaagse producten verkocht. De straat ruikt naar een bizar mengsel van stof, munt, smog, kippenstront en kruiden. Overal staan vaten, planken, en andere oppervlakten opgesteld waarop kruiden, groenten en fruit liggen. Verderop zien we overal hokjes, manden en hoge platformen met vieze kippen, ganzen, duiven en eenden, die veelal verdwaasd uit hun ogen lijken te kijken. Een enkeling wordt aan de vleugels beetgepakt en geïnspecteerd door een potentiële koper. Bij een enkele koopman zien we ook hoe konijnen als zakjes rijst op een platform worden gegooid. Met gemengde gevoelens bekijk ik als hypocriete Westerling het tafereel.

In een deel van de wijk zien we opvallend veel vrouwen zonder hoofddoek en op een huis staan kruizen geschilderd. Mogelijk is dit een Koptische buurt. Terug in Faysal Street is de drukte van het verkeer enorm toegenomen, en daarmee ook de smog. We zoeken naar een bank, maar als we er 1 vinden, accepteert deze onze passen niet. Verder komen we gek genoeg geen banken tegen tijdens de lange wandeling terug naar het hotel. Daar komen we rond 13u00 aan, maar lopen een stukje door naar een bank die we van vorig jaar wisten te herinneren. Na even kort opfrissen ontmoeten we elkaar op het dakterras. Terwijl ik wacht, maak ik een praatje met Hassan, de poolboy. Als hij me ziet kijken naar de lange rijen voor het tankstation aan de overkant van de weg, praat hij over het brandstoftekort en de corruptie in de politiek. Gisteren werd bekend gemaakt dat de uitslag van de presidentverkiezingen voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld en dat Egypte dus niet vanaf vandaag een nieuwe president heeft.

Als Sandra er ook is besluiten we in de schaduw te gaan zitten, omdat het metalen en stenen meubilair simpelweg te heet is om aan te raken. Er wordt geen order opgenomen, dus loop ik naar voren, maar daar wordt gauw Hassan de poolboy erbij geroepen, want hij is blijkbaar de enige die wat Engels kan spreken. Er wordt vreemd naar me gekeken als ik vraag of we wat lunch kunnen bestellen, maar we krijgen toch de menukaart. We vragen om verse sinaasappelsap, maar die is er nog steeds niet, ondanks dat we op straat tientallen kraampjes met stapels sinaasappels gezien hebben. Maar Hassan is slechts de poolboy en kan er niets aan doen. 'Maar,' zegt hij, 'je kunt eventueel wel lemonjuice krijgen.' Dat laten we ons geen tweede keer zeggen en jawel hoor, even later proeven we van een goede lemonjuice. Als maaltijd bestellen we linzensoep, een Egyptische specialiteit, die we gek genoeg nog ergens hebben kunnen eten deze reis. Gelukkig smaakt hij hier heerlijk.

Nadat weer iemand anders is komen aanrukken om de bon te schrijven, verlaten we om 14u15 het hotel en lopen richting piramides. Onderweg slaan we weer de nodige taxichauffeurs van ons af. In de verte zagen we al dat het aardig druk is op het Giza-plateau; veel drukker dan vorig jaar mei en nog veel drukker dan we hadden verwacht in deze tijd van het jaar, in postrevolutionair Egypte. Eenmaal bij het plateau aangekomen wordt dat beeld bevestigd. Er staan toerbussen, minibusjes, taxi's en andere voertuigen en overal lopen toeristen. Vorig jaar waren we bijna alleen hier! Blijkbaar valt het nog best mee met het ingestorte toerisme in Egypte als het zelfs in het laagseizoen nog zo druk is. Fijn voor Egypte, jammer voor ons. Hoewel het ook een voordeel heeft: de vele uiterst opdringerige en intimiderende venters moeten hun aandacht verdelen en laten ons iets meer met rust. Toch blijft dit veruit de grootste irritatie bij een bezoek aan het verder zo prachtige Giza plateau.

Het is 15u00 en we struinen wat rond, om de piramide van Chafra heen, want daar is het tenminste nog relatief rustig. Tegen 16u00 lopen we richting Sfinx en komen zo dichtbij als wordt toegelaten. Dit is ons moment. Dit is het moment waarom we deze hele reis maakten. Dit is de tijd en de plaats waar onze 15 jaar oude afspraak wordt nagekomen.

We laten ons met de Sfinx op de achtergrond op de foto zetten door een medetoerist, en gaan dan zitten op een steen voor de Sfinx en gedenken het moment. Sandra geeft mij een leuke kaart en een heel leuk beeldje van de Sfinx. Ik, met mijn domme kop, heb me teveel gefocust op de organisatie van de reis en het moment zelf en heb vergeten te denken aan een cadeau voor Sandra. Dom, dom, dom! Maar ik beloof het over 15 jaar goed te maken. Want op deze plek, op deze plaats maken we een nieuwe afspraak: over 15 jaar en een paar maanden is er in Egypte een zonsverduistering in Egypte. Die is te zien in een groot deel van het land, maar wij spreken af elkaar te ontmoeten bij de Heersers van de Witte Woestijn: Paddenstoel en Wipkip. Mocht dat om wat voor reden niet lukken, dan wordt het elders in de WW, of als laatste alternatief bij restaurant Marsam in Luxor.

Voorbij 16u30 willen we de daltempel van Chafra bezoeken, die vlak naast de Sfinx staat, maar we worden niet meer toegelaten omdat de boel sluit. Dat hadden we moeten weten... Dus lopen we maar richting uitgang, naar het dakterras waar we vorig jaar zo mooi de zon zagen ondergaan tussen de piramides. Vooraf waren we bang dat het café dicht zou zijn, maar mogelijk door al het onverwachte toerisme blijkt dat gelukkig niet het geval. Binnen vragen we direct of we boven mogen zitten en bestellen al lopend 2 verse sinaasappelsap, want die waren vorig jaar verrukkelijk. Boven op het dakterras is alles dicht en verlaten. We moeten de stoelen van de tafels halen en zien meteen dat die daar al heel lang stonden, want het tafelkleed is ongelooflijk smerig op de plekken waar de stoelen niet stonden. Op de andere plekken is het kleed iets minder smerig. Helaas blijkt ook hier sinaasappelsap niet tot de mogelijkheden te behoren, maar de lemonjuice die wel volgt is die van de beste soort. Wel heel erg duur, met 25 pond (3,50) per glas, maar dat hebben we er zo graag voor over dat we er later nog 1 bestellen. Het duurt nog zeker een uur voor de zon ondergaat, maar we hebben alle tijd van de wereld. Intussen zijn we echter niet alleen, want ineens komt er een Schotse dame uit Italië met 2 privé-gidsen het dakterras op lopen. Ze heeft een documentaire gezien op tv over het verband tussen de zomerzonnewende en de piramiden van Giza. Oh ja, dat is waar ook, het is vandaag zomerzonnewende. Dat verklaart misschien de grote drukte? Ze is speciaal naar dit dakterras gedirigeerd omdat je vanaf hier de zon tussen de piramiden onder ziet gaan. In mei klopt dat, maar eind juni niet meer, wat een tegenvaller voor haar is. Te meer omdat ik haar uit de droom help over het niet bestaande verband tussen de piramiden en de zonnewende, en wat andere onzinverhalen. Toch hebben we een leuk gesprek over allerlei Egyptische onderwerpen. Een van haar gidsen beweert dat hij regelmatig de Grote Piramide van Choefoe beklimt en dat hij iemand kent die in 7 minuten boven is. Over het eerste wil ik nog twijfelen, maar het tweede acht ik absoluut uitgesloten. Het is een klim over enorme blokken steen tot een hoogte van 147 meter. Hij nodigt ons uit om komende nacht met hem mee te gaan en de piramide zelf te beklimmen, voor een flinke omkooppremie uiteraard. Vertrek om 3u00, en weer naar beneden na zonsopkomst. Maar zelfs al hadden we hier de tijd voor, dan zou ik het nog niet hebben gedaan, want de risico's zijn erg groot.

Als de zon een minuut of wat achter de piramide van Choefoe is gezakt, nemen we afscheid en lopen door Giza, op zoek naar een Pharmacy en een restaurant. Het eerste vinden we met weinig problemen, maar een restaurant dat er betrouwbaar genoeg uitziet is hier haast niet te vinden. Net als we het hotel weer in het vizier krijgen en mijn lenzen er uit dreigen te vallen door de met smog verzadigde wind, komt Sandra op het idee in een ander hotel te gaan eten. Dat doen we bij het Tiba Pyramids Hotel. Het restaurant is verlaten, maar er wordt ons verse sinaasappelsap beloofd en de prijzen zijn goed. We nemen buiten plaats, waar we om ons heen getrakteerd worden door het luide getoeter en geschreeuw van de straten die net buiten het hek kruisen.

Het beloofde sap komt er, net als de tomatensoep en later de pizza voor Sandra en de kofta voor mij. Het smaakt allemaal voortreffelijk. Kofta wordt veel gegeten in Egypte, maar deze reis ben ik het nog niet tegen gekomen. Ik ben dus blij dat dit 1 van de beste kofta's is die ik ooit heb gegeten. We blijven de enige klanten, tenzij je het jonge zwerfkatje meetelt, dat ons erg lief aankijkt, maar geen pizza of kofta blijkt te lusten. Na ieder 2 glazen sap blijkt ook dit restaurant door de voorraad sinaasappels heen te zijn. Het dessert is van het huis en bestaat uit een geleiachtige massa, die nog het meeste weg heeft van pudding. Mocht ik het al lusten, dan zou ik het echter nog niet op kunnen, want de kofta was verzadigend.  Maar het gebaar is uiterst vriendelijk, en we geven een goede fooi vergezeld van de nodige complimenten.

Als we om een uur of 21u00 terug zijn bij het hotel, is daar in de deuropening een bruiloft aan de gang. Met veel muziek en gedans, en met een grote camera met lamp in de snufferd wordt het bruidspaar onthaalt. We blijven een tijdje staan kijken, maar besluiten uiteindelijk ons toch maar het hotel in te wurmen. Een kwartiertje later is de intocht voorbij en wordt het feest op het dakterras voortgezet. Bij de receptie probeer ik om de hotelrekening te vragen, maar word eerst genoteerd voor een wake-up call, word daarna een maaltijd belooft en krijg nog een heel scala aan andere diensten naar het hoofd geslingerd, voordat de herrie van de bruiloft ophoud en de man me eindelijk lijkt te verstaan.

We besluiten de avond om ca. 21u45. Als ik de overbevolkte lift naar de 9e verdieping neem, gaat deze er gewoon voorbij, om op het dakterras op 11 pas open te gaan. Daar stap ik dus maar uit en loop door de herrie van het hier voortgezette bruiloftsfeest 2 trappen naar beneden.

En zo eindigt 21 juni 2012, 15 jaar persoonlijke geschiedenis, en tevens de laatste volle dag van onze reis.

Laatst aangepast op donderdag, 09 augustus 2012 12:11
 
Dag 12, 20-6-2012: Reis van Bahariya oase naar Cairo PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bjorn Koopmans   
woensdag, 20 juni 2012 20:35

Opnieuw word ik een uur voor de wekker wakker van dezelfde toiletmatige aandrang als gisteren. Gisteren is het verder de hele dag goed gegaan, maar nu is het weer raak.

We ontmoeten elkaar om 8u30 voor de deur en lopen eerst naar de receptie om de hotelrekening te voldoen. Daar zit de manager al te rekenen. Gisteravond was er niemand om bij te betalen. Een hoop van onze kosten staan netjes genoteerd, hoewel soms op de verkeerde rekening. Een aantal zaken, zoals de minibar moeten we zelf opgeven. De vele flessen water die ik daar uit genuttigd heb, heb ik echter niet genoteerd, en dus roep ik maar iets; waarschijnlijk in hun voordeel. De kamer betaal ik in US dollars, die ik nog over had van mijn vorige reis; de rest in Eg. ponden.

Bijna blindelings lopen we naar de ontbijt-parasol. Maar daar is niets gedekt. Een man komt ons tegemoet lopen en zegt dat we naar het restaurant moeten; krijgen we die ook eens te zien na 3 dagen! Waarschijnlijk was de aankomst van het groepje Saoediërs iets teveel voor het kleine terrasje en heeft men dus het restaurant open gegooid. Niettemin zitten we helemaal alleen. Het ontbijt smaakt me niet en het spiegelei (welk een noviteit!) valt zwaar.

Om 9u40 is er nog geen Hamdi te zien en dus belt de manager hem op. Een minuut of 5 later komt hij aanrijden. We nemen afscheid van de vriendelijke manager, laden onze spullen in en gaan op weg. Het is nog geen 10 minuten rijden naar de bushalte, die nauwelijks als zodanig herkenbaar is, ondanks het feit dat er al een aardig groepje mensen zit te wachten. Nadat we afscheid hebben genomen van Hamdi, koop ik nog gauw een fles water en nog voor ik terug ben, komt de bus al aanrijden. Het is een gewone toerbus die zijn hoogtijdagen lang achter zich heeft. Een groepje Aziaten stapt vriendelijk gedag zeggend nonchalant in, zonder bagage of gids. Ze zien er toch bepaald niet avontuurlijk of vertrouwd met de omgeving uit en even denk ik bij mezelf dat dit groepje abusievelijk denkt dat dit de toerbus van hun groep is. Wij gooien onze spullen in het bagageruim, kruipen de bus in en nemen plaats op de toegewezen stoelen 9 en 10, nadat we gedubbelcheckt hebben dat we inderdaad in de bus naar Caïro zitten. Tevens vragen we een man die later controleur blijkt te zijn waar de bus stopt in Caïro. Hij noemt een naam die ons niets zegt, en zegt er bij dat het tevens een metrohalte is. We zullen ter plaatse onze mogelijkheden moeten onderzoeken. Het duurt een tijdje voor we weg rijden en het is moordend heet in de bus. Het zweet gutst in stromen langs mijn lichaam. Net als ik denk dat ik een paniekaanval krijg, rijden we voorzichtig weg. De koele wind uit het dakluik is onvoorstelbaar verkwikkend en ik voel me direct al een stuk beter. De stoelen zitten niet slecht, maar beenruimte is er nauwelijks. Maar het is minder erg dan ik had verwacht.

Voordat we de oase uitrijden stopt de buschauffeur ongeveer om de 100 meter om iemand in te laten stappen of om iemand gedag te schreeuwen. Ook tot zo'n 80 km de woestijn in staan mensen op ons te wachten in hokjes, met ogenschijnlijk verder geen enkel teken van beschaving zover het oog reikt. In de bus worden met de nodige toestanden kaartjes verkocht en gecontroleerd, waarna iemand anders ze nogmaals controleert.

Nauwelijks een half uur onderweg zijn er al zoveel mensen aan boord, dat sommigen moeten staan in het gangpad. Een man staat vlak naast mij, hoewel zijn vrouw voor mij zit. Hij schurkt tegen me aan en legt soms zijn hand op mijn knie. Hier wordt niets mee bedoeld, maar het voelt bepaald niet prettig als Nederlander zijnde.

Zo hobbelen we voort terwijl we ons vermaken met een potje digitale vier-op-een-rij op mijn tablet, waarop ik ook weer de recentste reiservaringen noteer.

Het is iets over 12u30 als we de pleisterplaats langs de lange, eenzame weg naar Caïro bereiken. Het bestaat uit een legerpost, en een cafetaria die wat drankjes, koekjes en chips verkoopt. Hier ik eet wat van de ful sudani en de zonnebloempitjes die ik gisteren had gekocht, tot een aantal mensen terug loopt naar de bus die weinig later ongeduldig toetert. We moeten verder. Terug in de bus rijden we om 13u07 weg.

De tweede helft van de rit verloopt zonder bijzonderheden. We slapen wat terwijl de eindeloze woestijn om ons heen oneindig blijft lijken. Tot we ongeveer 14u15 in de verte de enorme metropool van Caïro zien opdoemen uit het zand, die meteen de halve horizon lijkt te vullen. De uiterste buitenwijken zijn kaal, verlaten en onafgemaakt. Dan volgt suburbia, met grote huizen, weelderige tuinen en goed onderhouden straten, gevolgd door enorme resorts en hotels. Daarna is het de beurt aan eindeloze krottenwijken. Dat wil zeggen: onvoltooide appartementcomplexen zonder wegen of voorzieningen die desalniettemin bewoond zijn. Naarmate we het centrum naderen worden de wegen breder en beginnen over elkaar heen te kronkelen als slangen. De appartementen verdwijnen in de schaduw van de viaducten. Zo nu en dan vang je een glimp op van bewoning, tussen de viaducten door. Het lijkt wel alsof men deze benedenwereld helemaal genegeerd heeft bij het aanleggen van de talloze wegen om en naar het centrum.

Dan ineens: de piramiden van Giza! Ze doemen rechts van ons op tussen de flats en zijn voor ons het teken dat we in de buurt zijn van ons hotel. We weten niet bij welke metrohalte de bus zal eindigen en niemand in de bus schijnt meer dan 2 woorden Engels te praten, behalve wij. Zo nu en dan stopt de bus op een schijnbaar willekeurige plek en stapt er iemand uit. Ik wil het zelfde proberen, maar vaak is zo'n plek in een buurt waar we ons niet erg gemakkelijk voelen en waar we geen taxi's zien. Een poging de bus zelf te laten stoppen faalt omdat de man geen flauw idee heeft wat we willen en omdat een medepassagier me gebaart dat ik rustig moet blijven zitten. Alles komt goed, Insh'Allah (as God het wil). Inmiddels rijden we weg van de piramiden, in de richting van het centrum, maar gelukkig zie ik rechts onder de viaduct een groot aantal bussen staan en iets wat op een metrohalte lijkt. En inderdaad, hier slaan we af en komen om 15u30 tot een stilstand; precies 5 uur na vertrek. Dat hebben we ook weer overleefd... De prijs voor al dit moois: slechts 35 pond (zo'n 5 euro), voor een rit van ca. 370 km!

Het bagageruim is bedekt met een dikke laag stof en onze tassen zijn er inmiddels mee bepleisterd. De bushalte strekt zich een paar honderd meter uit onder een viaduct en staat vol met bussen en lege taxi's. We verwachten bestormt te worden door taxichauffeurs zodra we uitstappen, maar dat gebeurd niet. Sterker nog: het kost ons moeite om een operationele taxi te vinden. Het is er 1 van het oude model, zonder meter, dus zodra ik na een blik op mijn hotelreservering een blik van herkenning in de ogen van de chauffeur zie, vraag ik hem naar de prijs. Dat valt erg mee: 25 pond. Net als vorig jaar moet ook deze chauffeur goed zoeken naar het hotel, ondanks het feit dat we nu over aanzienlijk betere adresinformatie beschikken. Een aantal keer vraagt hij de weg aan collega's, en rijdt uiteindelijk netjes voor de deur van het Delta Pyramids Hotel (ook wel Casablanca Hotel, ook wel Kaoud Hotel genoemd).

Daar worden we netjes onthaald en ook het inchecken verloopt goed. Opmerkelijk is dat we een kamer op verschillende verdiepingen krijgen. Ik krijg 901, Sandra 1002. Mijn badkamer is matig en de douche smerig, maar verder is de kamer prima. De handdoeken worden later nabezorgd. Nadat ik de bel boy 5 en na aandringen 10 pond fooi geef, spreken Sandra en ik af op het dakterras. Daar kom ik als eerste aan en geniet opnieuw van het fabuleuze uitzicht op de piramiden van Giza en in de verte de piramiden van Aboesir. Tot mijn grote teleurstelling echter, heeft het terras geen verse sappen, enkel water, cola, thee en koffie. Dus als Sandra er ook is, klinken we op onze aankomst in Caïro met water en cola.

Om een uur of 17u00 gaat Sandra er vandoor. Ze heeft een afspraak in de stad. Ik vermaak mezelf intussen met lezen en typen. De maaltijd gebruik ik in een Mo'men (een soort fastfoodketen), om weer even een Westerse hap door de keel te krijgen. Daarbij vergeet ik echter even mijn arme darmen, die erna weer enigszins protesteren. De Mexicaanse kipburger die ik neem is ongelooflijk groot. Stelt u zich een half brood voor met 2 grote stukken kipfilet. Ik laat dus nog een hoop achter als ik om een uur of 20u00 het etablissement verlaat. Ik doe nog wat inkopen en besluit de avond in mijn hotelkamer. Reizen maakt moe, zo blijkt maar weer.

Morgen wordt een bijzondere dag. De dag waar deze hele reis eigenlijk om te doen was! Morgen is het 15 jaar geleden dat Sandra en ik vrienden werden. Wel, dat was al iets eerder, maar we weten niet precies wanneer, en op 21 juni 1997 werd onze vriendschap en gedeelde passie voor Egypte bezegeld met de belofte dat we elkaar op 21 juni 2012 weer zouden ontmoeten voor de Grote Sfinx van Giza, mochten we elkaar uit het oog verliezen in die 15 jaar. Dat laatste is gelukkig niet gebeurd, maar dat vonden wij juist reden te meer om samen af te reizen naar Egypte om op de bewuste dag samen voor de Sfinx te kunnen staan. Hoe we de rest van de dag gaan besteden staat nog open.

Laatst aangepast op maandag, 09 juli 2012 20:54
 
Dag 11, 19-6-2012: Bawiti en omstreken PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bjorn Koopmans   
dinsdag, 19 juni 2012 21:12

Een klein uur voor de wekker word ik om 7u04 wakker van rugpijn (ook dit bed is tamelijk hard) en demonstrerende darmen. In no time zit ik op de pot. Gelukkig voel ik me er niet ziek bij en als ik om 9u00 mijn kamer uit ga, staat Sandra ook enigszins opgeknapt buiten. We besluiten gedurende de dag maar te kijken hoe ver we komen.

Op weg naar het ontbijt worden we verrast door een ezel die ons in vol galop voorbij rent, terwijl een touw achter hem aan bungelt. De mannen van het hotel die even verderop zitten te kletsen lijken er niet van op te kijken. Het ontbijt staat ons een beetje tegen, maar ik werk de omelet wel naar binnen en neem wat vers zandbrood met honing. De ezel wordt gevangen en naar een boom begeleid, maar nog voor de man hem heeft kunnen vastbinden rent de ezel er weer vandoor. Even later lukt het de man wel en laat hij de ezel luid balkend achter in de schaduw van wat bomen.

Voor de lunch bestellen we alleen wat soep en fruit bij de behulpzame man die ons de eerste dag ontving en nu kwam vragen of alles naar wens is. Het middagprogramma laten we even onder voorbehoud. Als de man vraagt of we gisteren buskaartjes hebben gekocht moeten we ontkennen. De chauffeur heeft er niet aan gedacht gisteren en wij ook niet. Hij wordt direct opgebeld en er wordt ons verzekerd dat de kaartjes vandaag gehaald zullen worden.

Om iets over 10u00 lopen we rustig aan de poort van het hotelterrein uit. Er is gisteren een groep van 4 Chinezen gearriveerd, maar behalve wat geroep in de verte en een paar wandelende fotocamera's op de heuvel hebben we er nog helemaal niets van gemerkt. We lopen door de verlaten straatjes van Bawiti. Overal staan half afgebouwde huizen en de straten zijn bedekt met een dikke laag stof en fijn zand. In het stof ligt het nodige aan afval, dode dieren en auto-onderdelen. Erg leuk zijn de vele kleurrijke wrakken van oldtimers die langs de kanten van de wegen staan te vergaan. In sommigen wordt nog gereden, hoewel je je afvraagt hoe dat nog mogelijk is. De weinige mensen die we tegen komen zijn uiterst vriendelijk en (anders dan op de meeste plekken in Egypte) totaal niet opdringerig. Zelfs de kinderen houden het bij een vriendelijk 'hallo' en soms een handje. Een groenteman loopt roepend naast zijn ezelskarretje door de verlaten straten tot er uit het niets een vrouwelijke klant opduikt.

Dan zien we in de verte de hoofdweg en lopen er naartoe. We staan vlak achter de opvallende toegangspoort voor het verkeer uit Caïro, honderden kilometers verderop. Wij slaan uiteraard de andere richting in, naar het centrum van Bawiti. Hier is het asfalt breed en is het verkeer talrijk, maar ook hier zijn de mensen zeer vriendelijk. Overal worden we welkom geheten en bijna niemand verwacht iets van ons. Wat een verademing ten opzichte van Luxor en Caïro. Er zijn hier langs de weg een hoop pittoreske plaatjes te schieten. Niet alleen van oldtimers, overvol geladen met goederen, maar ook van ijzerwarenwinkeltjes, garages, verlaten tankstations, een heel aardig schaalmodel van het oude Bawiti, kleurrijke mensen en een uitgedroogde fontein. Van dat laatste zien we er een stuk of 4, allemaal lang geleden uitgedroogd. Niet veel dingen ZIJN in Egypte. De meeste dingen zijn geweest, nooit geweest of nooit geworden. En veel dingen zijn lang geleden geweest, zonder ooit echt te zijn geworden. Als u begrijpt wat ik bedoel.

In het bruisende hart van Bawiti is het een drukte van belang. Er wordt van alles verkocht en het verkeer dringt om een plekje. Toch is de sfeer gemoedelijk en hoewel we wel verlangend worden aangesproken als we stil staan bij een winkeltje, is niemand opdringerig. We kopen wat pinda's (heerlijke 'ful sudani'), zonnebloempitjes, drankjes, en een zalfje voor Sandra. De darmen spelen af en toe op, maar binnen acceptabele grenzen. Als we denken dat we het einde van het 'centrum' bereikt hebben, lopen we weer terug, waarbij we wat eerder afslaan om via een andere route terug te komen bij het hotel. Vlak voor de laatste afslag naar het hotel nemen we een andere afslag om het grote palmbos in te lopen, dat we eergisteren vanaf de heuvel zagen liggen. Dit ademt de sfeer van een echte oase. Kleine, smalle stroompjes kabbelen in de schaduw van enorme dadelpalmen en mangobomen.

Terug in het hotel is het 12u15 en dat is een mooie tijd. We zijn doorweekt van het zweet nu de temperatuur weer omhoog schiet en Sandra heeft weer last van buikkrampen. Daarnaast is de lunch over 45 min. Aldus zien we elkaar weer om 13u00 op het eet-terras, waar we al gauw de bestelde soep en fruit krijgen. Helaas is de soep erg vet en smakeloos en is de cantaloupe nog niet rijp. De lemonjuice is erg zuur en bitter en hadden we wellicht beter niet kunnen nemen.

Na de lunch houden we siësta op het dakterras onder grote belangstelling van de vliegen. Die lijken zich met de minuut te vermenigvuldigen.

Terwijl we op Hamdi wachten, vragen we of we morgen een lift kunnen krijgen naar de bushalte, omdat die een eind lopen hier vandaan is. Dat blijkt geen probleem. Sterker nog, dat was al lang geregeld, zonder dat we het wisten! Om 9u30 komt Hamdi ons oppikken. De bus vertrekt om 10u00.

Om 16u05 komt Hamdi aanrijden en stappen we in. En hier is een rectificatie op zijn plaats. Waar ik mensen thuis normaal gesproken altijd trots vertel over het feit dat een Egyptenaar nooit steelt, en dat ik een willekeurige Egyptenaar zonder problemen mijn paspoort of portemonnee toevertrouw, schreef ik gisteren in een geheel andere toon toen ik u vertelde over de 10 pond wisselgeld die ik nooit meer terug had gezien. Mea culpa daarvoor want zodra we in de landcruiser van Hamdi zitten, krijg ik direct alsnog mijn wisselgeld terug. En daar bovenop ook de beloofde buskaartjes. Wat een volk. Ze doen soms akelig hun best om je op te lichten en wisselgeld is hier schaarser dan ijsberen, maar je geld krijg je terug!

Er was ons vertelt dat we een toer van zo'n 3 uur zouden krijgen en dat we de zon zouden zien onder gaan bij een zoutmeer, maar dat loopt uiteindelijk iets anders... Eerst rijden we door idyllische palmbossen. Een waar paradijs. Uit het bos rijden we een steile zandduin op en krijgen een schitterend panorama over het oudste deel van de oase. Dan komen we aan bij een zoutmeer en schieten we de nodige vogelfoto's terwijl we zeker 10 cm wegzakken in de zilte modder, die er van boven toch verdraaid solide uit ziet.

We rijden door over steeds zanderiger en hobbeliger wordende paden tot Hamdi ineens als een bezetene door het losse  zand vliegt. Ik wil er iets van zeggen, maar iedere keer zakt zijn snelheid weer wat in en besluit ik mijn mond te houden. We denderen over de lage, steile heuveltjes tot we aan komen bij de voet van een grote, conische heuvel die volgens Hamdi Piramide wordt genoemd, maar waarvan ik al gelezen had dat deze vele namen heeft, waaronder Magic Mountain, vanwege de bijzondere, verschillende lichtvallen op elk moment van de dag. De heuvel bestaat uit heel zacht sedimentair gesteente in zeer duidelijk herkenbare lagen. Rode, zwarte, bruine en witte lagen wisselen elkaar af en vormen soms steile, ringvormige kliffen rondom de heuvel. We beklimmen de heuvel een stuk, wat niet mee valt, want het gesteente is zo los, dat je nergens goed houvast krijgt. Wel worden we beloond met een mooi uitzicht over de rand van de Bahariya Depressie.

Het is niet ver rijden naar de weg en daar aangekomen vertelt Hamdi dat dit het einde van de toer is! We zijn net 1,5 uur onderweg van de verwachte 3 uur en de zonsondergang is nog eveneens 1,5 uur in de toekomst. Blijkbaar een communicatiestorinkje, want Hamdi is zich van geen kwaad bewust. Uit zijn reactie maken we op dat we nu alsnog terug gaan naar het hotel, maar terug gaan naar het zoutmeer voor de zonsondergang. Ook dat blijkt een communicatiestorinkje, want na een 10 min. rijden staan we alweer naast de zilte modderbanken van het zoutmeer en komt Hamdi met een warrig verhaal waar we niet veel van begrijpen, maar het lijkt er op dat we de keuze hebben tussen terug gaan naar het hotel, of hier nog ruim een uur rondhangen tot die gloeiende, gele bal aan de hemel eindelijk besluit achter de horizon te zakken. Wij besluiten tot de eerste optie en dat laat Hamdi zich geen tweede keer zeggen. Iets over 18u00 zijn we weer op gewijde hotelgrond.

Op het dakterras zien we alsnog de zon onder gaan en om 19u30 schuiven we aan voor het diner. Daar is het ongekend druk! Er zit een Egyptenaar alleen te eten (naar we later horen de gids van een groepje Saoediërs), en de 4 Chinezen met hun gids bezetten maar liefst 2 tafeltjes. Het is even afkicken voor ons, na al die avonden alleen eten! Het eten zelf is niet bijzonder en de kip is droger dan de woestijn om ons heen. Wat wel bijzonder is, is dat we in geen van de oasen kippen hebben gezien maar dat hier wel bijna iedere avond kip op het menu staat... Een typisch geval van kip-en-het-ei? Het druivendessert laten we ons wel goed smaken.

Sandra wil een nieuwe poging doen het loeihete water van de warmwaterbron te trotseren, maar zodra ik voorzichtig 1 teen in het water steek om te pootje baden, is mijn verbazing groot als blijkt dat het water lauw is. Navraag leert dat er een probleem was met de pomp en dat het water vannacht dus niet ververst is. Terwijl Sandra profiteert van het goede badwater, schuifelt er heel voorzichtig een stel mensen naar binnen. De man die ons de eerste dag onthaalde ziet onze verbazing en vertelt dat dit gasten uit Saoedi Arabië zijn. Het wordt nog druk hier! De verbazing van de betreffende gasten is echter nog groter dan de onze, wanneer ze Sandra in de bron zien zwemmen. Dat is iets wat ze absoluut niet mogen/willen zien...

Om een uur of 22u00 houden we het voor gezien bij de bron. Ik werk mijn reisblog bij, beantwoord wat mail en ga zo de hotelrekening betalen. We hebben hier heel wat geld verstookt en nergens voor getekend, dus ik ben benieuwd wat dit op gaat leveren! Maar dat leest u later.

Morgen rijden we zoals gezegd terug naar ons beginpunt: Caïro. Het is een rit van zo'n 5 uur en dus honderden kilometers hier vandaan. Toch voelt het al akelig dichtbij. Nu het kabinet door de hoge rechter onrechtmatig is verklaard en de president overmorgen bekend wordt gemaakt, staat ons mogelijk nog wat onrust te wachten. Hoewel we daar hier in de oasen werkelijk niets van hebben gemerkt, op een hoop posters na. Hoe dan ook belooft de rit naar Caïro zelf ook een onderneming te worden, want ik heb geen idee of ik bijvoorbeeld mijn lange benen wel kwijt kan in het vehikel en of we niet weg zullen smoren in die rijdende oven. We zullen zien!

Laatst aangepast op maandag, 09 juli 2012 20:54
 
Dag 10, 18-6-2012: Monumenten in Bahariya (Ain Muftella, Qaret el-Helwa, etc.) PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bjorn Koopmans   
maandag, 18 juni 2012 21:00

Hoewel ik prima slaap en kan uitslapen tot 7u45, word ik gebroken wakker. Beiden zijn we uiterst moe vanmorgen. Of dat komt door de WW, de hitte van gisteren of gewoon de vermoeidheid van de reis valt moeilijk te zeggen, maar opvallend is het wel.

Het ontbijt ziet er niet uitnodigend uit, maar er is de oude kaas van gisteren, vers zandbrood en even later omelet. Dus er verdwijnt toch nog wel het een en ander naar binnen. Niet alleen bij ons, maar ook bij de zwerfkatten die ons uiteraard bij elke maaltijd weten te vinden.

Vertrektijd voor onze excursie is 10u00, maar start uiteindelijk pas 10u15. We rijden weg in een 4x4 met keurige bankjes die wel wat moeilijk te bereiken zijn.

De eerste stop is het 'museum' van de Gouden Mummies; niet meer dan een klein depot met een paar Romeinse mummies die in de illustere Valley of the Golden Mummies zijn gevonden. Toch ziet het er niet slecht uit. Acht jaar geleden lagen de mummies te verbrokkelen in aftandse houten vitrines in een veel te warme hok. Nu liggen ze netjes in moderne vitrines met klimaatcontrole e.d. Niettemin wordt de airco pas aangezet als we binnen komen, dus het is maar de vraag of de mummies het hier lang zullen volhouden. Op een mummie van vermoedelijk een baviaan (er staan nergens bordjes bij) zien we grote schimmelplekken zitten.

Voordat we het museum in mogen, moeten we bij de ingang een kaartje kopen voor alle te bezoeken oudheden in de oase. Dat kost 45 pond, maar 10 pond wisselgeld van een briefje 100 hebben ze niet en krijg ik uiteindelijk ook niet.

De tweede stop is nog geen 100 meter verderop: de graven van Djedamonioeëfanch en Banentioe (vader en zoon rijkelui uit de 26e dynastie). Onze chauffeur, Hamdi, zegt ons dat we onze tijd kunnen nemen en dat zijn we ook zeker van plan. Maar als we zijn afgedaald in het graf van Banentioe begint de bewaker al vrijwel direct ongeduldig te schuifelen. Na een paar minuten wijst hij op zijn niet-bestaande horloge en brabbelt iets Arabisch. We trekken ons er niets van aan. Na een minuut of 10 schreeuwt hij ons iets toe, maar wij zijn dan nog lang niet klaar en kijken dus rustig nog een minuut of 5 verder. Het is een mooi graf, met rijke kleuren en aandoenlijk provinciale kunst. Het is het allemaal net niet, als het gaat om de navolging van de kunstcanon van die tijd. En juist dat maakt deze graven bijzonder om te zien.

Het zelfde geldt voor het graf van Banentioe's zoon Djedamonioeëfanch, hoewel dit kleiner is en minder decoratie bevat. Hier zien we ook enkele fouten van de kunstenaars bij de weergave en benoeming van enkele goden. Zo worden Qebehsenoeëf en Doeamoetef door elkaar gehaald en is Imset afgebeeld als vrouw. De bewaker van dit graf is zo over-the-top relaxed en vriendelijk, dat ik het idee krijg dat hij stoned is. Helaas mogen we in beide graven geen foto's maken. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het bizarre feit dat Bahariya onder de Giza provincie wordt gerekend, net als de bekende piramides.

Op mijn verzoek rijden we door naar Qaret el-Subi, waar nog 4 gedecoreerde graven uit de 26e dynastie zijn. Ik weet wel dat deze niet bij het ticket horen, maar wellicht kunnen we er toch iets van zien. Helaas is onze chauffeur niet van de avontuurlijke soort, maar rijdt ons er toch naar toe. Een bezoek is uitgesloten, want de graven zijn nog niet klaar voor bezichtiging door toeristen, wat dat ook moge betekenen. Wel mogen we een foto vanaf de ingang van het terrein maken, maar vanaf daar is zo goed als niets te zien van de graven.

Al snel zijn we dus weer op weg naar onze volgende bestemming: de tempel van Ain el-Muftella, hoewel de chauffeur er heilig van overtuigd is dat dit de tempel van Alexander de Grote is. Wij weten wel beter, maar we laten het er maar bij. Het belangrijkste is dat we er zijn. Dit is mijn derde bezoek aan deze fascinerende tempel, maar de eerste keer dat het me wordt toegestaan buiten foto's te maken. Binnen in de tempel mogen we na lang overwegen van de bewaker 1 foto nemen, en later nog 1 voor 1 dollar. Dat laatste doen we niet, want het is een belachelijk hoge prijs. Niettemin maken we het meeste van ons bezoek en bekijken elk detail van deze ongebruikelijke tempel uit de 26e dynastie. Het lijkt wel alsof de oasebewoners alle stijlconventies van de tijd hebben aangehouden, maar alle tempelconventies naar de prullenbak hebben verwezen. Op de muren staat een allegaartje van goden die ogenschijnlijk niets of nauwelijks iets met elkaar te maken hebben en de indeling van de tempel lijkt in niets op alle andere Egyptische tempels. De bewaker heeft al gauw door dat wij geen behoefte hebben aan uitleg en gaat er maar bij zitten. Velen gingen hem voor.

Het volgende item op de agenda is er opnieuw 1 die ik heb ingediend: de ibis-catacomben van Qarat al-Farargi. Waarschijnlijk vanaf de 26e dynastie tot ver in de Romeinse tijd zetten de oasebewoners hier gemummificeerde heilige ibissen bij als tribuut aan de god Toth. Ook deze site is ontoegankelijk voor de toerist, maar we mogen wel even over het terrein lopen. Overal zijn bijna tot de rand gevulde gaten in de heuvel te zien en los van het alom vertegenwoordigde afval is de grond bezaaid met vogelbotjes. Als leek op het gebied van dierenanatomie zie ik alleen aan het feit dat de botten hol zijn dat het om vogelbotten gaat, want verder kom ik met mijn identificatie niet. Maar het is fascinerend te denken dat hier botjes van duizenden jaren oude vogels onder mijn voeten kraken. Dit maakt het tegelijk wel zuur, want dit gebied is wanhopig toe aan opgraving en onderzoek, en dat gaat voorlopig niet gebeuren, denk ik.

Even later parkeren we voor de deur bij Alexander de Grote. Dat wil zeggen, zijn tempel. Sterker nog: de enige tempel in heel Egypte waar zijn naam is te vinden, hoewel die door de jaren heen sterk verweerd is en nu eigenlijk onleesbaar is. Oh, en volgens Hamdi (de chauffeur) is dit natuurlijk niet de tempel van Alexander de Grote, maar de tempel van Ain el-Muftella. De bewaker neemt ons mee naar de ingang van het afgesloten deel van de tempel maar nog voor hij ons iets kan laten zien, zijn wij al verdiept in de hiërogliefjes. Op verzoek mogen we foto's maken en dat doen we dus uitgebreid. Eenmaal buiten vraagt de man bakshees (fooi) en we geven 20 pond. Blijkbaar is hij daar erg content mee, want hij gaat ons direct voor door de ruïnes rondom de tempel en laat ons mooi Romeins vaatwerk, stukjes glas en muntjes zien.

Terwijl we met Hamdi terug lopen naar de auto, probeer ik hem nogmaals te overtuigen van zijn ongelijk en slaag daar in, net als ik het weer wil opgeven.

Hamdi rijdt ons nu naar de hoofdstraat van Bawiti, waar we wat drinken inslaan, ons verbazen over de enorme sortering koekjes en snoepjes die de lokale koopman heeft, en geld pinnen bij een pinautomaat op een uiterst onverwachte plek: in een nauw zijstraatje, verstopt onder een markies.

Daarna wil Hamdi ons naar het hotel brengen, maar ik wijs hem er fijntjes op dat we recht hebben op nog een bezoek, namelijk dat van het graf van Amenhotep Hoey te Qarat el-Helwa. Ineens herinnert hij zich het weer, maar rijdt er wat morrend naar toe, want het is tegen 13u00 en hij had schijnbaar niet verwacht dat we zoveel tijd nodig zouden hebben bij de monumenten. Eenmaal bij het graf kijken we onze ogen uit, op zoek naar de kleinste details in het zwaar beschadigde, maar ooit prachtig gedecoreerde graf van deze gouverneur uit het Nieuwe Rijk. Ook hier mogen we foto's maken, en de bewaker hoeft er niets voor te hebben. Tijdens onze vorige 2 bezoeken in 2004 en 2006 was het maken van foto’s absoluut uitgesloten.

Eigenlijk wil ik nog de Romeinse triomfboog zien die hier ergens verstopt moet zijn in een tuin, maar de chauffeur kent hem niet, het is al lunchtijd en de hitte kan heel overtuigend zijn om het rustig aan te doen zo midden op de dag. Dus rijden we terug naar het hotel, waar we om ca. 13u30 aan komen. Na het opfrissen nemen we plaats onder de restaurant-parasol, maar als er om 14u00 nog niemand komt, loop ik naar de receptie. Daar schrikt mijn binnenkomen 2 mannen op die voor de tv in slaap zijn gevallen. Onmiddellijk wordt me de lunch beloofd en krijg ik de schone was overhandigd.

De lunch volgt inderdaad spoedig, hoewel verre van enthousiast. De soep smaakt matig, maar het groenteprutje is goed te doen. In recordtijd krijgen we allebei een heerlijk glas verse lemonjuice. De hoofdmaaltijd bestaat voor een groot deel weer uit gebraden kippenbout en gaat bij mij grotendeels op aan de zwerfkatten, daar ik niet veel honger heb. Sandra nog minder, want die is ziek aan het worden. Alle symptomen van voedselvergiftiging dienen zich de komende uren 1 voor 1 aan. Het toetje wordt door ons beiden wel met smaak gegeten: cantaloupe. Vers fruit is altijd welkom, hoewel de pruimen van gisteren lekker maar niet erg verstandig waren om te eten.

Na de lunch nemen we plaats op het dakterras en werk ik aan mijn reisbijbel. Maar naarmate de tijd verstrijkt wordt Sandra steeds zieker en kruipt om ca. 17u00 haar bed in. Zelf ga ik ook naar mijn kamer, want zeker nu Sandra weg is krijg ik de onverdeelde aandacht van alle vliegen in de buurt en word ik uiteindelijk weggepest.

Om 19u30 klop ik bij Sandra op de deur. Ze is te ziek om te dineren, maar ik beloof wat fruit en soep te regelen. Met het nodige handen- en voetenwerk maak ik de man bij het restaurant duidelijk wat ik wil. Helaas hebben ze geen banaan, maar zodra ik klaar ben met eten komt hij wel met een netjes afgedekte kop soep en een eveneens netjes afgedekte schaal vol druiven en stukken cantaloupe. Het wordt zelfs naar de kamer toegebracht (ondanks dat ik aangaf het zelf te zullen doen). De avond verloopt zonder bijzonderheden.

Sandra voelt zich wel weer wat beter op moment van schrijven (21u30), maar gelukkig hebben we morgen geen grote plannen. We hebben een rit langs de natuurlijke schoonheden van Bahariya geboekt en we willen wat door Bawiti struinen, maar dat is geen ramp om te missen. Hopelijk is ze in elk geval woensdag weer beter, want dan staat ons een 5 uur durende rit door de woestijn te wachten, opgevouwen in een openbaar busje, in de richting van Caïro!

Laatst aangepast op maandag, 09 juli 2012 20:53
 
Dag 9, 17-6-2012: Witte Woestijn, Chrystal Mountain, Zwarte Woestijn, Bahariya PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bjorn Koopmans   
zondag, 17 juni 2012 21:53

Ik word even voor mijn wekker wakker om 4u35 na een uitstekende nachtrust. Het zachte zand ligt niet slecht en de koele wind, donkere hemel en intense stilte wiegen je vanzelf in slaap. Sandra is al op en onderweg naar Wipkip/paddenstoel. De zon komt over 40 minuten op en het licht is nu al adembenemend mooi. Ik besef dat ik snel moet zijn om mooie foto's te maken van de zonsopkomst bij de Wipkip/paddenstoel en dus ren ik op blote voeten met statief in de ene hand en camera in de andere hand in westelijke richting. Het zachte zand is heerlijk koel, maar de scherpe rotsen en de talloze zwarte steentjes zijn erg pijnlijk aan de blote voeten. Ik ben gelukkig nog op tijd en samen zien we hoe de eerste zonnestralen het pastelkleurige landschap doorboren. Binnen een minuut is de zon geheel op, maar dat geeft niet, want ook met het lage, gele licht zijn mooie foto's te maken. Onder protest van mijn pijnlijke voeten zoek ik een paar keer naar een ander standpunt en loop dan terug naar het kampement. Daar staat het ontbijt al klaar. We krijgen elk 3 gekookte eieren die ik met veel zout opeet. Bij opstaan was het nog steeds 30 graden en ik heb behoefte aan zout. Gelukkig zitten we nog in de schaduw, want de zon is al aardig warm. Behalve eieren, krijgen we uiteraard ook witte kaas, plakjes tomaat, honing, vijgejam en zandbrood. Uit beleefdheid eet ik er wat van, maar echt smaken doet alleen het ei. Daarbij heb ik ook niet veel trek. Wel drink ik opnieuw zo'n 4 koppen muntthee. Yehayo doet ondertussen op 3 verschillende plekken een dutje.

Na het ontbijt laten we de vaat en de andere rommel voor hem achter en trekken de woestijn in om nog 1x te genieten van al dit moois. Zodra ik terugkeer is alles al ingepakt en staat de motor te snorren. Niettemin loop ik gauw weer weg zodra ik zie dat Yehayo zich aan het verkleden is in de achterbak.

Een weinig later zijn we op weg naar de weg. Niet dat die weg veel voorstelt, want het asfalt is in zeer slechte staat. Het is nog een lange rit naar Bahariya. We hebben gelukkig een paar stops gepland, maar de eerste daarvan is toch nog een eind rijden, dus werk ik al hobbelend aan dit schrijven. Dat wordt niet alleen door de hobbels bemoeilijkt, maar ook door vermoeidheid en de niet aflatende hitte. Mijn kleren zijn inmiddels verzadigd van zweet, krijtstof en zand en in de achterbak van de auto is het ook al niet geweldig koel. Eigenlijk verlang ik op dit moment maar naar 2 dingen: een douche en een set schone kleren.

Nadat we een beveiligingscheckpunt gepasseerd zijn duurt het niet lang voor we de weg afrijden. We weten niet goed waarom, want de Chrystal Mountain (de eerste geplande stop) ligt vlak bij de weg, zover wij weten. Maar na een minuut of 10 hobbelen zie ik dat we op mooie, gewelfde rotsformatie af rijden en zodra we stoppen zegt Yehayo dat we bij de Chrystal Mountain zijn, maar dan een ander gedeelte ervan. En verdraaid, deze kristallen zien er bekend uit! Wat een mooie verrassing. Hier kunnen we naar hartenlust kijken, struinen en rapen, terwijl het deel langs de weg sinds een paar jaar is afgezet met een touw. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt zijn dit geen kwarts-kristallen (bergkristal), maar calsiet-kristallen. Er zijn een paar mooie kristallen bogen en overal zijn grote, opengebroken geoden te zien. Pas nadat we een stukje verder hebben gereden, komen we bij de Chrystal Mountain zoals we deze al kenden. We stappen even uit voor wat kiekjes (je kunt toch niet zonder hè?) en vervolgen dan onze weg.

De Zwarte Woestijn is nog zeker een half uur rijden, maar het is nog maar zo'n 10u15 als we aankomen bij de enige zwarte heuvel die je als toerist mag beklimmen. Dat hebben we in 2004 al gedaan, dus dit is niet vernieuwend, maar ach je bent er nu toch...

De Zwarte Woestijn is zwart. Dat klinkt logischer dan het is. Hoeveel plaatsen hebben geen naam gekregen die totaal geen recht doen aan de plek zelf? Maar goed, zwart dus. Zwart van de toplaag van inktzwarte steentjes die als een deken over de piramidevormige heuvels liggen.

Zodra je er doorheen waadt, komt de zanderige onderlaag te voorschijn. En waden doen we (zo ongeveer) bij onze beklimming. Vanaf de top van deze heuvel heb je een spectaculair uitzicht over de Zwarte Woestijn en het is dus geen straf hier nu nogmaals te staan. Wel is de beklimming zwaarder dan de vorige keer. Maar toen waren we nog jong, fris en naïef. Nu zijn we oud, wijs en (niet irrelevant) vermoeit van de reis en de warmte.

Iets voor 11u00 vervolgen we onze route naar de Bahariya oase, waar we even moeten wennen aan de drukte om ons heen, na de serene rust van de Witte Woestijn. Yehayo brengt ons naar het hotel waar Sandra in 2009 goede ervaringen mee had. Althans, dat denken we. Maar als de straatjes steeds smaller en smeriger worden, vrezen we dat we niet op de gewenste plek uit gaan komen. Die vrees wordt bevestigd als we voor de poort staan. Ja, er is hier een warmwaterbron, vlak buiten het hotel, maar het gezochte Hot Springs Hotel heeft er 1 ín het hotel. Yehayo begrijpt niet welk hotel we dan bedoelen. Dus belt Sandra met Mohsen (de man uit Kharga) en vraagt hem Yehayo uit te leggen waar het hotel te vinden is, maar zodra Sandra de naam Peter noemt, weet Yehayo genoeg en rijdt ons naar het juiste hotel. Hij kent dit alleen als 'Peters hotel'. Voordat we alles uitladen, lopen we eerst naar de receptie om te vragen of we hier sowieso wel terecht kunnen. Binnen in de receptie treffen we maar liefst 2 mannen aan achter de balie. Wauw, we zijn inmiddels gewend dat er niemand is in recepties van hotels. Maar de mannen kijken ons wel wat verbouwereerd aan en weten helemaal niet meer hoe ze het hebben als we zeggen dat we hier 3 nachten willen blijven! Voor de zekerheid herhaalt hij onze vraag een paar keer en laat, na invullen van een papiertje, zien of dit echt is wat we willen. Terwijl de mannen op stel en sprong een paar kamers gereed maken, lopen wij vast terug naar de auto om onze spullen uit te laden. Op advies van Yehayo kijken we nog eens goed in de landcruiser of we echt al onze troep bij ons hebben en nemen dan afscheid van onze trouwe chauffeur. Als gezelschap stelt hij niet veel voor, communiceren gaat erg moeilijk en een gevoel voor humor ontbreekt volledig, maar als chauffeur en kok was hij een absolute verrijking van deze reis. We wisselen e-mailadressen uit, schudden de hand en gaan ons weegs.

De kamers zien er prima uit en de prijzen ook. De airco is een waar geschenk uit de hemel en de douche lonkt. We krijgen een korte rondleiding, voelen dat het water in de bron veel te warm is om in te liggen en overleggen zaken als beschikbare drankjes (vanaf ergens in de middag), diner (vanaf 19u30), excursies (zie verderop), de bus naar Cairo (3x per dag, reservering verplicht(?); gaat het hotel voor ons regelen) en de lunch. Dat laatste spreken we af om 12u30 (het is nu precies 12u00).

De douche is zalig. En dan doe ik het ding nog flink tekort. De ruimte is zelfs voor Sandra krap en de hele badkamer wordt nat, maar de temperatuur is geheel naar wens in te stellen en hij lekt niet(!). Maar bovenal: dit is de douche waar ik zo naar uitgekeken heb. Opgefrist en schoon stap ik als herboren de kamer uit. Wat een zaligheid.

De lunch genieten we onder een grote parasol. De soep is erg zout en dus perfect. De tonijnprut is ook lekker, maar gaat deels op aan de bedelende kat. De spaghetti is talrijk en erg lekker. Er ligt zelfs geraspte oude kaas bij! Na de lunch nemen we plaats bij de bron, die er vies bruin uitziet. Dat komt door het ijzerrijke water, maar erg aantrekkelijk is het niet. Het is erg warm, hoewel mijn thermometer maar 38 graden aanwijst. Toch voelt het minstens als 42 graden. Zodra we de kans krijgen, informeren we naar internettoegang (10 pond, onbeperkt gebruik, erg traag), laundry service (heel verhaal, maar als we voor 16u00 een tasje inleveren, moet het de volgende dag klaar zijn), de drankjes (dat wordt vanavond) en de excursies. De oudheidkundige sites zijn volgens de man in 2 uur te doen. Dat lijkt mij zeer stug, maar 2 dagen zijn we er in elk geval niet mee kwijt. Dus kunnen we een tweede excursie doen van eveneens 2 uur, naar een zoutmeer e.d. Die doen we dan maar de tweede dag. We hebben toch tijd over. We hadden 2 dagen in Bahariya gepland om eventuele uitloop elders in de reis op te vangen en op tijd in Cairo te zijn.

We verdoen onze tijd op de ligstoelen, genietend van elk zuchtje wind. Die blijkt vaker te waaien op het dakterras, dus verkassen we daarheen.

Iets over 18u00 lopen we naar de heuvel direct naast het hotel en beklimmen die. Er zijn traptreden in aangebracht, maar die zitten vaak los en liggen vol puin. Veel te vroeg (voor zonsondergang) bereiken we de top en dus lopen we nog een stukje door tot we bij het Hollywood teken staan. Dat wil zeggen, op deze berg-letters staat ‘Qasr AlBawity’, de naam van een ander hotel aan de voet van de heuvel. Na de zonsondergang lopen we weer terug naar beneden, waarbij we allebei onderuit gaan en Sandra haar stuitje bezeerd. We lopen langs het 'restaurant' op weg naar de kamers en worden direct aangeroepen door de ober. Gelukkig begrijpt hij mijn 'Momentje, we zijn zo terug' en om ca. 20u00 schuiven we aan. De maaltijd smaakt goed. Dat vind niet alleen ik, maar ook de 2 katten die ruimschoots hebben meegegeten van onze kip. Een van de katten slaat het mes bijna uit mijn handen en springt op een gegeven moment zelfs op mijn bord! De ander houdt zich wat afzijdig, maar zit dan ook onder het bloed. Zijn kopje is aan de linkerkant helemaal opengereten en de wond ligt nog helemaal open. Het dessert (pruimen) wordt al tijdens de hoofdmaaltijd geserveerd en als we net klaar zijn met eten wordt er een deel van de spullen afgeruimd en neem de ober de benen, terwijl hij in het voorbij gaan nog even goedenavond zegt. Gelukkig hebben we nu wel weer heerlijke verse lemonjuice op.

In de avond neemt Sandra een heeeeel voorzichtige duik in het bloedhete water van de bron. Het water van deze beerput is erg troebel en zeker 40 graden warm. Het is met de grootst mogelijke moeite dat Sandra er in weet te blijven, maar dan ook alleen voor een handvol minuten. Ik volsta met pootje baden, wat heerlijk is, hoewel ik het idee heb dat alle haar op mijn onderbenen weg schroeit.

Om een uur of 22u00 zeggen we welterusten. De komende dagen zijn waarschijnlijk weer wat ontspannen, hoewel we wel gaan proberen sites te bezoeken die niet op het alles-in-één-ticket staan.

Laatst aangepast op maandag, 09 juli 2012 20:52
 
Dag 8, 16-6-2012: Witte Woestijn PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bjorn Koopmans   
zondag, 17 juni 2012 21:49

Het zou een lange nacht worden. De ventilator wekt af en toe de indruk van koelte, maar geeft het uiteindelijk niet. Het bed is weliswaar zachter hier, ondanks de betonnen bedbodem, maar door de hitte drijf ik m'n bed uit. Ik ben blij als ik op kan staan. De douche lekt, uiteraard, op 3 verschillende plekken, maar de temperatuur is zowaar in te stellen en dus doucht het toch heerlijk hier. De kakkerlak is verplaatst, maar dat zal door de mieren gedaan zijn.

Het ontbijt is uiterst sober. Krijgen de Egyptenaren naast ons nog wat honing en jam, wij moeten het doen met witte kaas (bah), 3 halve plakjes overrijpe tomaat en een paar schijfjes komkommer. En natuurlijk zandbrood. Het kleine omeletje smaakt wel goed, maar onze maaltijd bestaat vooral uit heel erg veel thee. Al is het maar om het vannacht verloren vocht weer een beetje aan te vullen.

We zijn veel te vroeg en wachten dus nog even op een binnenplaatsje, waar het verdraaid goed vertoeven is in de schaduw, met een zacht windje. Terwijl ik vecht tegen de slaap bedenk ik me dat ik vannacht beter buiten had kunnen gaan slapen.

Stipt 9u00 komt onze chauffeur, van wie ik inmiddels weet dat je zijn naam schrijft als Yehayo, aan. De toeristenpolitie wil even daarvoor precies van ons weten waar we vannacht zullen slapen en of we daarna naar Bahariya gaan. Er is opnieuw een kopie van ons paspoort nodig.

Net als we op weg zijn, vraagt Sandra waar we heen gaan. Hij vertelt dat we eerst de Grote Zandzee weer op zullen zoeken en pas na de lunch naar de Witte Woestijn gaan. Dat was niet de bedoeling. We hadden duidelijk met Badawiya afgesproken dat we een volle dag en nacht in de WW wilden doorbrengen. Maar goed, hij vindt het geen probleem, trapt op de rem, draait om en niet heel veel later rijden we de weg af. Het landschap wordt al gauw steeds witter, hoewel er ook heel veel bruintinten te vinden zijn.

Volgens mijn GPS rijden we een paar grote cirkels, maar het is op zich niet erg, want het landschap is betoverend. Toch is dit niet helemaal wat we voor ogen hadden. We hadden gezegd dat we vooral wilden wandelen door de WW, en zo min mogelijk rijden. Maar het omgekeerde gebeurt. Het heeft wel wat voordelen. Zo is het weer een stuk warmer geworden (ca. 39 graden in schaduw) en krijg je door te rijden meer verschillende landschappen en bijzondere plekjes te zien. De Witte Woestijn is dan wel 1 grote krijtwoestijn, maar geen enkele plekje lijkt op het andere.

Binnen het eerste uur van onze woestijnrit horen we een hard gesis bij het linker achterwiel: een lekke band. Niet lang daarvoor had Yehayo aan hetzelfde wiel ook al de band vervangen. Toen was hij niet lek, zei hij, maar waarom hij hem dan verving is me nooit duidelijk geworden.

Helaas mompelt Yehayo zo zachtjes, dat zelfs Sandra, die naast hem zit, er bijna niets van verstaat. Ik, achterin, hoor vaak niet eens dát hij iets zegt. Het gevolg is dat Sandra vaak moet relayen wat de chauffeur zegt of vraagt. Dat gaat helaas niet altijd even goed.

Tegen 13u00 rijden we het voor ons bekende traject in. De uitgestippelde route in het White Desert National Park. Hij rijdt niet altijd netjes tussen de markeringen, maar veel scheelt het toch niet. We zien vertrouwde, maar toch ook hele nieuwe bizarre krijtrotsformaties.

Net als ik van mijn graatje dreig te gaan, stoppen we bij Ain Khadra, een bron op een heveltopje, met dichte vegetatie er om heen. Een idyllisch plekje voor de lunch. Er wordt ons duidelijk gemaakt dat we ons een tijdje schaars moeten maken terwijl hij de lunch voorbereid. Dat doen we. We delen dit kleine oasetje met een andere 4x4 waar zowaar Nederlanders mee zijn komen aanrijden. We delen echter hetzelfde principe: we negeren dat de ander er is en doen alsof we het rijk alleen hebben. Immers: het laatste wat je wilt op zo'n reis in deze tijd van het jaar, is andere Nederlanders tegen komen! Gelukkig is de vegetatie zo dicht dat we vrijwel niets van elkaar zien of horen.

De lunch bestaat dit keer uit een soort bruine bonenprut met chips en een banaan toe. Uitstekend te eten. Een kop thee zit er helaas niet in. Yehayo wijst ons er om 15u00 op dat we pas om 16u00 vertrekken. Hij heeft begrijpelijkerwijs een pauze nodig. Hij heeft wel wat gebreken, maar zijn rijkunsten door dit onverbiddelijke terrein zijn uitstekend.

Tijdens de siësta werk ik mijn verslag bij en doe dan zelf een dutje. Wat een klein paradijsje is dit! Ik lig heerlijk in de schaduw van een stel palmen, terwijl een koel briesje de temperatuur doet zakken tot een perfecte waarde. De stilte is compleet. Dat wil zeggen, op het gesnurk van Yehayo, Sandra en mijzelf na dan.

Yehayo is al even voor 16u00 op de been, maar wij slapen nog even uit tot 16u05. Nauwelijks later vertrekken we in de richting van de 'Nieuwe Witte Woestijn'. Een schitterend gebied met zo mogelijk nog bizardere rotsen. Het landschap is pokdaliger dan ik mij de maan voor stel. Werkelijk overal steken 1-3 meter hoge, witte pukkels uit de grond omhoog. Nu de zon dalende is, wordt het schaduwspel alsmaar mooier. Vanaf een grote, witte, gestrande walvis hebben we een prachtig uitzicht over dit surrealistische gebied. Hier en daar stoppen we even om wat rond te struinen en foto's te maken. Dat laatste doe ik veel te veel. Ik schat dat ik vandaag alleen al zo'n 1000 foto's gemaakt heb.

Dan rijden we door een bekend gebied. Hier zijn we in 2004 ook al eens geweest. Dit is het land van de Paddenstoel en de Wipkip. Beide heersen trots over hun domein vanaf een lage heuvel en zijn ook 8 jaar later nog altijd indrukwekkende verschijningen. Helaas zijn de jaren niet goed geweest voor deze koningen van de WW en worden ze nu noodzakelijkerwijs beschermd met een omheining van touw. Dat doet wel af aan de ervaring deze fascinerende, spierwitte rotsformaties te bekijken, maar het is beter zo. Ik zoek de plek op waar ik 8 jaar geleden de zon op zag komen met een kamelendeken om me heen tegen de kou.

We rijden door, maar met de belofte terug te komen om hier te overnachten. Het is al zo'n 17u00 en de zon gaat hier om 19u00 onder. De auto brengt ons naar een gebied waar de witte rotsjes een tafelblad dragen die soms wel meer dan een meter uitsteken en nog geen 10 cm dik zijn. De tafelbladen zijn overal op dezelfde hoogte, wat er op wijst dat dit ooit een sterkere krijtlaag was dan het krijt er onder en er boven.

Met een omweg rijden we terug naar de trotse Wipkip en de almachtige Paddenstoel en parkeren in de inmiddels lange schaduw van een rots die hier nauwelijks opvalt, maar elders in de wereld tot een natuurmonument verklaard zou worden. Yehayo begint met het opzetten van het kamp en wijst mijn herhaaldelijke aanbod voor hulp af. Helpen kan alleen door jezelf een tijd lang uit zijn buurt te verwijderen. Dat is bepaald geen straf en dus lopen we door de woestijn richting de koningen van de WW. Het is 18u40 en de zon is bijna onder, dus stel ik mijn statief op en wacht in het zachte briesje. Naarmate de zon zakt, lengen de scherpe schaduwen van de nog veel scherpere rotsen, krijgt het gele zand een rode gloed en verandert de heldere witte kleur van het krijt in een palet van pasteltinten.

Met de zon ruim achter de westelijke horizon en met het afnemen van de kleuren, begeven we ons weer naar het kampement. Daar staat alles al klaar. Laag tafeltje, matjes, windscherm, vuurtje, ketel heet water, etc. Er wordt ons thee aangeboden en nadat hij de beschikbare varianten opgenoemd heeft, maak ik het stoffige doosje muntthee open. Het is wel niet vers, maar vooruit. De zakjes in het doosje zijn echter samen geklonterd en zien er zelfs in het weinig licht dat er nog is erg zwart en vies uit. Bovendien valt het zakje dat ik er uit pluk half uit elkaar. Gelukkig ziet Yehayo dat ook en gooit het doosje compleet met inhoud op het vuur. Dan zegt hij dat er ook verse munt is en tovert een zakje met munttakjes tevoorschijn, waarop wij in koor roepen: 'had dat dan meteen gezegd!' De munt is half verdord, zit er met wortel en al in en is in gezelschap van het nodige gras, maar we trekken on er niets van aan en genieten even later van een stuk of 4 heerlijke kopjes muntthee. Dit is het ware leven!

Het duurt nog even voor het eten klaar is, maar dat smaakt dan ook voortreffelijk. De kippenbout is goed gekruid en botermals, en de rijst met aardappels in roodachtig sausje smaakt minstens even goed.

Net als we zitten te eten zegt Yehayo in niet zoveel woorden dat we gezelschap hebben van een woestijnvosje. Omdat wij kaarsen voor onze neuzen hebben staan, zien we hem niet, maar zodra ik mijn zaklamp aanzet, lichten er 2 kleine oogjes verschrikt op. Aanvankelijk is het beestje met de lange oren erg verlegen, maar wordt steeds brutaler naarmate hij stukjes kip toegeworpen krijgt. Het duurt niet lang voordat er nog een vosje opduikt uit het oneindige donker, die even later door een derde gevolgd wordt. Ze reageren verschrikt bij iedere beweging, maar gaan even goed lekker liggen en stoeien knorrend om een stukje vlees. We raken zo gewend aan hun aanwezigheid dat het er ongemerkt al minstens 6 zijn als we de maaltijd beëindigd hebben. Ze doen geen mens kwaad, maar de schoenen, die we voor het diner uitgetrokken hadden, moeten we wel veilig in de auto zetten.

Na het eten, om ca. 21u30, valt Yehayo vrijwel direct in slaap op een matje dat hij even verderop heeft neergelegd. Wij weten niet goed wat er van ons verwacht wordt, dus gaan we maar wat sterren kijken en leggen uiteindelijk onze matjes en lakenzakken klaar voor de nacht. Dit wekt Yehayo en hij biedt Sandra een slaapzak en een tent aan. Beide zijn volstrekt onnodig, want het is nog steeds 32 graden als ik in mijn lakenzak kruip. Er staat een zacht, koel briesje en de ontelbare sterren geven genoeg licht om de spookachtige reuzen om ons heen te kunnen zien.

De woestijnvosjes trekken zich nu niets meer van ons aan en snuffelen en bijten aan alles met een etensgeur, wat Yehayo op een gegeven moment noopt het een en ander veilig in de landcruiser te leggen.

Gedurende de nacht hoor ik hoe de vossen op nog geen meter afstand wat plastic zakken meesleuren en open rijten. De volgende ochtend zie ik her en der plastic zakjes om ons heen liggen met de afdrukken van kleine pootjes er omheen. Het lijkt een waar slagveld, maar dat valt erg mee.

Laatst aangepast op maandag, 09 juli 2012 20:52
 
<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 2